Go to main content

AI is uitstekend in schrijven en vertalen. Betekent dit dat er geen vertalers meer nodig zijn?

Mette Nielsen

Man sitting at desk taking notes with an orange pen on orange paper

Onderzoek toont aan dat schrijven en vertalen tot de taken behoren met de hoogste AI-toepasbaarheidsscores, wat betekent dat AI op deze gebieden uitstekend presteert. Dit roept een terechte zorg op: zal AI beter presteren dan vertalers en schrijvers? Is dit al een feit? Moeten leiders meer (of minder) vertrouwen op AI?

Voor veel leiders is de druk reëel: gebruik AI om kosten te besparen, de efficiëntie te verhogen en op de een of andere manier meer te leveren met minder.

Tijdens onze recente Klantenadviesraad was één boodschap luid en duidelijk: kwaliteit is niet onderhandelbaar. Klanten willen AI, maar ze willen ook mensen actief betrekken om de nauwkeurigheid en merkbetrouwbaarheid te waarborgen.

De uitdaging is een evenwicht vinden tussen drie prioriteiten:

  • Kwaliteit

  • Snelheid

  • Kostprijs

Als kwaliteit er niet toe deed, zouden bedrijven alles machinaal vertalen. Als snelheid en kosten er niet toe deden, zouden mensen het allemaal kunnen doen. Maar het contentvolume blijft groeien en proefleesteams kunnen het niet bijbenen.

Het knelpunt is de menselijke proeflezing.

Zoals een klant het verwoordde: "De menselijke validators zijn overbelast. We hebben automatisering nodig om de werkdruk te verminderen en de go-live te versnellen."

Dit suggereert dat vertalers en schrijvers niet overbodig worden, maar dat hun rol verandert. Automatisering stelt bedrijven in staat grotere volumes dan ooit tevoren te vertalen, waardoor vertalers een groeiende werklast zien voor proeflezing en validatie.

De focus van taalexperts richten op waar dat echt nodig is

Toen we deze zomer onze eigen website lokaliseerden, was de werklast intens, maar beheersbaar omdat we alleen proeflazen wat menselijke aandacht vereiste. Hoogwaardige content werd volledig creatief vertaald en nagelezen. Andere contenttypes vereisten niet dezelfde controle.

Dat is de echte les: Kwaliteit zou geen vast concept moeten zijn.

Te veel investeren in content met weinig waarde verspilt middelen. Te weinig investeren in waardevolle content brengt risico's met zich mee.

De vraag die organisaties zouden moeten stellen is: Welk kwaliteitsniveau heeft elk contenttype echt nodig binnen de beperkingen van budget en tijd?

Als je dit goed doet, maak je menselijke expertise vrij om je te richten op wat de grootste impact heeft.

Vertalers zijn waardevoller dan ooit

Vertalers zullen niet verdwijnen. Hun rollen veranderen wel. Ze besteden misschien minder tijd aan vertalen en meer aan het proeflezen, maar hun input is waardevoller dan ooit. Dat is niet alleen de logische conclusie als we kijken naar de kwaliteitseisen van bedrijven die meertalige content produceren. Het is ook wat we op het terrein zien gebeuren bij onze eigen klanten.

De sleutel is doelgerichtheid. Leiders moeten beslissen waar AI efficiëntie toevoegt en waar menselijk talent moet ingrijpen om de nauwkeurigheid, naleving en merkafstemming te waarborgen.

De echte kans ligt in het kiezen van het juiste kwaliteitsniveau voor elk type content. Organisaties die deze balans vinden, zullen de druk op teams en budgetten verlichten terwijl ze toch content leveren die zijn doel dient.

Wil je meer inzichten zoals deze?

Dit artikel werd aangepast voor onze kwartaalnieuwsbrief. Als je meer praktische inzichten wilt over AI, lokalisatie en taal, meld je dan aan voor onze nieuwsbrief en krijg inzichten van experts direct in je inbox.